Upgrade

Het verschil tussen het opgroeien van Piep en van Kwebbel is enorm!

Kwebbel is, ondanks haar moeizame start, hartstikke gezond. Gezond van lijf en leden en zeker van longen. Ze laat van zich horen en hoe. Iedere dag weer doet ze haar naam eer aan. Ze piept non-stop. Van gezellige kneuterige zachte piepjes wanneer we in de buurt zijn tot het geluid van een alarm wanneer we maar even uit het zicht zijn. Nee, met haar longen is niets mis.

Met haar ondernemingsdrang ook niet trouwens. De doos is algauw niet goed meer voor mevrouw want dan ziet ze niks. Wat betekent dat ze ons niet in de gaten kan houden en het alarm afgaat. Van vrienden uit de straat wordt dus een bench geleend. Een hondenbench voor een grote hond. Heeft mevrouw wat plaats om te lopen denken we. Maar nee. Fout gedacht. Door het traliewerk (ik weet het, dit klinkt erg negatief maar het is wel een juiste interpretatie van Kwebbels belevenis) probeert mevrouw zich naar buiten te werken. Niks opsluiten. Ze wil erbij zijn. Maar dat kan natuurlijk niet. Ten eerste kan ik haar niet de hele dag voor mijn voeten hebben lopen en ten tweede is Kwebbel niet de enige die aandacht van ons wil. Gelukkig zien Saar en Maud haar niet als prooi. Maudje is wel nieuwsgierig naar dat schreeuwerige pluizenbolletje, ze snuft er af en toe eens aan. Saar vindt haar te lawaaierig en vlucht naar buiten. Maar dat is dan ook alles. Niet dat ik ook maar enig risico wil nemen, vandaar de bench.

Kwebbel zit continu voor het traliewerk, ze volgt ons van links naar rechts. We horen haar alarm tot buiten wanneer ze ons niet ziet. Zodra ze ons ziet wil ze zich door de tralies naar buiten werken. Op een bepaald moment zit ze zo vast dat ze niet meer terug kan. Zachtjes helpen we haar en manlief plakt vervolgens de onderste tralies af met ductape. Van binnen en van buiten. Dat wordt niet heel erg gewaardeerd. Het is tenslotte de bedoeling dat we haar eruit laten wanneer we in de kamer zijn. We moeten heel erg lachen wanneer ze ons boos op de vingers pikt. Een terechtwijzing, letterlijk en figuurlijk.

En zo zien de eerste dagen van Kwebbels leven er dan uit. Eigenlijk, als ik heel eerlijk ben, wordt ze tot op de draad verwend. Maar ach, zou je ook niet.. Kijk nou, wat een lief dingetje…

41c

Advertenties

What’s in a name?

Tijdens Gijs zijn trouwe wachtdienst bij zijn nieuwe vrouwtje toen zij zat te broeden afgelopen juni, gebeurde er iets moois. Een klein lichtpuntje in ons bestaan dat in een diep dal zat. We hoorden gepiep onder moeder gans vandaan! Tweestemmig, daar waren manlief en ik het over eens. 2 kuikentjes! Wat leuk!

40aMaar helaas. De natuur kan wreed zijn. Zo ook in dit geval. Tijdens de laatste controle voor het naar bed gaan, hoorde manlief geen gepiep meer. En vreesde het ergste. En inderdaad. Geen kuikentjes meer te bekennen. Wel een enorm alerte en gespannen moeder gans. Aangezien manlief geen kuikentjes zag, is hij rond het hok gelopen om te kijken of ze ergens zouden liggen. En wat bleek? Aan de achterkant van het hok was gegraven. Het leek het werk van de marter. Deze zijn verzot op ganzeneieren maar ook op kleine kuikentjes helaas. Maar hij zag ook iets geligs. 1 van de 2 kuikentjes. Met de verwachting dat het kuikentje dood zou zijn heeft hij het opgepakt. En bleek het nog ternauwernood te leven. Zwaar onderkoeld weliswaar en iets wat leek op een beet op zijn kopje maar het leefde nog. Hij heeft nog gezocht naar het andere kuikentje maar daar was niets van te vinden. Uiteindelijk is hij naar binnen gekomen.

40bAangezien ik op dat moment een zeer drukke periode achter de rug had, lag ik al in bed. Ineens word ik wakker gemaakt en krijg ik een kuikentje in mijn handen gedrukt. Manlief heeft geen tijd. Hij moet een doos gaan halen uit de garage, de infraroodlamp zoeken en installeren en daar kan hij even geen kuikentje bij gebruiken. Dat is niet erg. Ik zal er wel voor zorgen dat het kleintje het weer warm krijgt. En dus installeer ik me beneden in de kamer met het kleintje. Lekker tegen mijn huid aan om het zo langzaam te kunnen opwarmen. Die nacht zie ik geen bed meer. Ik lig in mijn luie stoel met het kuikentje tegen me aan. Alert op iedere beweging en ademteug. Tegen de morgen aan weet ik dat het kleine mormeltje het gaat redden. Rond 6.00 neemt manlief het weer van me over aangezien ik me klaar moet gaan maken voor te gaan werken.

Kan een wezentje in één nacht verwend worden? Het lijkt er wel op. Zodra het ietsje fitter wordt begint het te piepen en te kwebbelen. Aan één stuk door. En zodra ik uit het zicht ben, gaat de sirene aan. Net een autoalarm. En dus besluiten manlief en ik het mormeltje Kwebbel te noemen. En besluit manlief dat Kwebbel daarom een vrouwtje moet zijn. Ikzelf zie hier de logica niet zo van maar voor het moment laat ik het maar zo. Vrouwtje of niet, Kwebbel past perfect bij het mormeltje.

En ondanks dat we besloten hebben dat de redding van Piep een eenmalige actie was in het kader van de natuur zijn gang laten gaan, kunnen we het diertje gewoon niet aan zijn of haar lot over laten. Maar, zeggen we tegen elkaar, zodra de andere eieren uitgebroed zijn (en dat is een kwestie van dagen, denken we) zetten we Kwebbel terug. Ze is gezond en zal niet worden uitgesloten.

En zo gaan we een nieuwe dag in.

Storm

Wat zou de specht hier nou zo interessant aan vinden?

Er wordt flinke storm voorspelt met windstoten van 100 km per uur. Dat is niet niks.

Ik kijk eens naar buiten, naar onze kerstboom. Na overleg met manlief besluiten we dat dit het moment is om manliefs project ter ziele te laten gaan. Hij haalt zijn tractor en even later zie ik hem sjorren aan de spanbanden. En weer een tijdje later zie ik de boom mijn keukenraam weer passeren maar dan in omgekeerde richting. Abmarsch kerstboom. Met dank voor de lach. Helaas voor de boom is een terugplaatsing niet mogelijk. Dus wordt hij plat gelegd om te wachten op een moment dat de motorzaag hem in stukjes zal zagen om hem uiteindelijk in onze kachel te laten belanden. Maar dat zal nog even duren.

Goed, de storm dus.

Vannacht word ik wakker van het geraas. Het is alsof een goederentrein mijn bed passeert. Wat een lawaai en een geweld! De regen klettert tegen de ramen. De wind raast vol tegen ons huis aan komend vanuit het open veld. De poezen vinden het niks. Ze zitten rechtop op bed met gespitste oren rond te kijken. Ik sta op en doe alle deuren naar de kamers aan de voorkant van het huis dicht. Dat scheelt alweer iets wat betreft het geluid. Ik kruip weer terug in bed, manlief snurkt gewoon door alles heen. Het is dat ik mijn oren niet echt kan spitsen maar zo lig ik nu wel te luisteren. Te luisteren naar de regen tegen de ramen, de wind die om het huis buldert. Luisteren of ik niks hoor klapperen of rondvliegen. Me afvragend wat we morgen zullen aantreffen. Hoe zou het met de ganzen zijn? Zouden de pannen nog wel op het kippenhok liggen? Hopelijk gebeurt er niets met het gaas over de kippenren. Zou Snor ergens veilig weggekropen zijn? Ik denk het wel, hij is niet voor één gat te vangen…. Hoor ik nou de schutting kraken?

Maar ergens tijdens al dit gedenk ben ik toch in slaap gesukkeld en word ik, zoals gebruikelijk, wakker net voordat de wekker zal gaan. Saartje is intussen op mijn benen gaan liggen. Ze vindt het duidelijk geen weer om op te staan. Ik schuif haar aan de kant, sta op en krijg de indruk dat de wind ietsje minder is. Het geraas is overgegaan in stormvlagen.

Straks maar even een kleine inspectieronde doen….

Gijs de weduwnaar

Gijs is duidelijk van streek door Moppies dood. Hij gakt heel droevig in de hoop antwoord te krijgen. Maar dat antwoord volgt niet meer…

We hebben ook Moppie in de wei gelegd zodat Gijs zelf kan constateren dat ze er niet meer is. Maar zoals al eerder is gebleken weten de ganzen dit zo ook wel. Gijs komt in ieder geval niet meer in Mops buurt. In tegendeel, hij blijft verre van haar. Van een afstandje blijft hij het tafereel bekijken, ook wanneer we haar oppakken om haar te begraven.

34bNadat we Mop begraven hebben besluiten we om de poorten weer open te zetten. Zo kan Gijs kiezen of hij zich wil aansluiten bij de groep of niet. Tenslotte is hij nu nog maar alleen en zijn ganzen uiteindelijk groepsdieren. En zo waar, Gijs loopt meteen door de poort naar de groep waar hij aan de rand aansluit. Hij lijkt te weten dat hij zich opnieuw een plaats moet gaan veroveren maar stelt zich in eerste instantie onderdanig op. Wel is er meteen een vrouwtje dat zich over hem ontfermt. Waarschijnlijk Gijs zijn eerste vrouwtje. Het vrouwtje dat hij had voordat Moppie Gijs inpikte.

De dagen erna voegt Gijs zich steeds meer en beter in de groep. Tot we op een dag, niet eens zo heel veel later in tijd, zien dat hij zich in de voorste rangen bevindt. Hij laat zich steeds meer gelden. Wanneer op een bepaald moment zijn vrouwtje blijft broeden, legt Gijs zichzelf een nieuwe taak op. Hij blijft de boel bewaken en wijkt niet van de zijde van zijn eerste liefde. Hij brengt heel veel geduld op. En uiteindelijk, wanneer zijn vrouwtje is uitgebroed, voegen ze zich weer bij de groep.

En daar is Gijs tot de dag van vandaag weer het opperhoofd. Heel slinks heeft hij zich teruggevochten in de groep en is nu de onbetwiste leider. Hij leidt zijn groepje zelfs onze tuin in, tenslotte weet hij er de weg en weet hij ook dat er niets is om bang voor te zijn. En zo is het voor Gijs in ieder geval, eind goed al goed. Sterker nog, hij heeft inmiddels twee vrouwtjes die hem continu vergezellen. Gewend als hij is aan een kleine harem, is één vrouwtje niet genoeg waarschijnlijk. Het lijkt erop dat het tij is gekeerd voor Gijs. Dat het lot hem nu gunstig gezind is. Laten we hopen dat dit zo blijft. Hij heeft het verdiend na al zijn misère…

37b

Smaken verschillen

Doordat ik tijdelijk een aantal weken uit de running lig, ben ik volledig op hulp van anderen aangewezen. En die anderen hebben daar geen moeite mee, in tegendeel, hulptroepen genoeg. Er wordt voor me gekookt, gewassen, gestreken, boodschappen gedaan. Ik word gepamperd dat het een lieve lust is. Goed bedoeld allemaal, dat zeker. Maar het is moeilijk voor me, heel erg moeilijk. Het maakt me knettergek. Vooral de goeie bedoelingen van manlief.

De eerste weken gaat het nog omdat het nu eenmaal niet anders kan. Maar na twee weken begint het toch aan alle kanten te knagen. En ondanks dat het weer wel meehelpt aan het binnen blijven, zijn er toch een aantal zaken die ik eigenlijk het liefste zelf zou doen.

Om te beginnen is daar het vieren van Sinterklaas. Het kopen van de kadootjes doe ik dit jaar voornamelijk via internet. Niet helemaal volgens mijn principes maar helaas voor nu de enige optie om leuke passende kadootjes te vinden voor iedereen zonder dat ik daar de deur voor uit hoef. Bij het inpakken daarentegen moet ik me laten helpen door een lieve vriendin. Dat vind ik al ietsje minder maar ook hier moet ik me maar in schikken. Tot zover geen probleem. Maar dan is Sinterklaas weer het land uit en volgens traditie wordt dan onze kerstboom opgezet. En daar beginnen mijn kriebels.

Aan de overkant van ons huis ligt een beekje. Nu staat er zelden of ooit water in deze beek maar toch heeft het waterschap ons een tijdje terug gemeld dat de beek moet worden uitgediept. Dat betekent dat de oevers vrij moeten worden gemaakt. En heel toevallig staat er op deze oever een kerstboom. Ooit na de kerst uit huis verbannen en daar gepoot in de hoop dat hij nog een jaartje mee zou kunnen gaan en vervolgens eigenlijk vergeten. Tot nu. Inmiddels is hij een meter of 8 hoog.

41d Op een middag sta ik aan het aanrecht om me een kop koffie te maken (ja, dat mag ik wel zelf), wanneer ik manlief met zijn tractor het raam zie passeren. Dat is op zich niet zo verwonderlijk. Iedereen weet dat de tractor manliefs grootste hobby is. Maar dat hij vervolgens langs komt gereden met onze appelkist met daarin de kerstboom van 8 meter, daar valt mijn mond van open. Heel voorzichtig rijd hij langs. En beretrots kijkt hij naar me door het keukenraam. En ik kan alleen maar denken “wat is hij in godsnaam van plan?!” Ik krijg voorgevoelens, mmmm. Ik ken manlief een beetje qua smaak. En ja hoor, meneer plaatst de boom midden in de tuin op het gazon. Maar daar blijft het niet bij. De boom wordt stevig vastgesjord met spanbanden en dan vertrekt manlief naar de winkel. Verrassing, deelt hij mee wanneer ik vraag wat hij gaat doen. Ik laat hem maar begaan. Hij heeft duidelijk lol in zijn plannen ondanks dat ik vermoed dat het niet helemaal aansluit bij mijn kerstsfeerbeleving. Ervaringskwestie zullen we maar zeggen. En dat blijkt te kloppen. Hij komt terug van de winkel met een enorm aantal kerstlichtjes. En de winkel kan nog bellen, hij heeft er nog besteld, zegt manlief. Het valt me nog mee dat het alleen warmwitte lichtjes zijn. Het had erger gekund. Dan vertrekt hij weer naar buiten. Hij voorziet de kippenren van lichtjes. Het is dat hij het me vertelt want ik kan het niet gaan bewonderen. Ik vraag maar niet of de kippen het wel zo geslaagd vinden. Zouden ze er überhaupt iets van vinden? En wat zien wij er nu eigenlijk van vanuit onze woonkamer? Helemaal niks, pure lichtvervuiling. Maar manlief vindt het leuk. En hij heeft meer gedaan. Hij heeft ook het tuinhuisje voorzien van lichtjes. Of ik dat wel kan zien? Dat zie ik en oké, dat ziet er best gezellig uit. Hij vertrekt nog even naar schoonmoeders om haar ook van lichtjes te voorzien en dan is zijn energie op voor vandaag. Op mijn vraag waar die andere lichtjes nog allemaal voor zijn krijg ik vooralsnog geen duidelijk antwoord.

41aDe volgende dag gaat hij verder met zijn plannen. Ondanks dat het stevig waait begint hij de boom op het gazon te voorzien van lichtjes. Hij moet behoorlijk wat moeite doen om ze op de juiste plek te krijgen. Pas ‘s avonds kunnen we het resultaat bewonderen en het is al net zo erg als ik dacht. Achter het raam lig ik in een deuk. Ik zeg niks in de hoop dat hij zelf wel zal zien dat het niet helemaal is zoals het er uit zou moeten zien. In eerste instantie vind hij het zelf geweldig. Wanneer ik hem voorzichtig wijs op het feit dat het toch wel een bepaalde vorm heeft, zie ik hem denken. Jahaaaa, zegt hij dan, maar het is ook nog niet af. Gelukkig, denk ik. Er is nog hoop.

41bDe eerstvolgende dag dat hij weer aan de boom kan werken, gaat hij verder. En weer is hij beretrots en weer denk ik, o jee o jee. Maar het is achter het huis dus laat maar gaan. Tenslotte wonen we hier met zijn tweetjes en is het ook zijn tuin. Wanneer hij me naar mijn mening vraagt zeg ik toch maar weer voorzichtig dat het nog niet helemaal op een versierde kerstboom lijkt zoals we die normaalgesproken overal zien. Waarna de dag erna weer gewijd wordt aan de lampjes van onze buitenboom.

Ik herken mijn eigen man helemaal niet. Hij heeft zich nog nooit iets aangetrokken van lampjes en kerstbomen en nu gooit hij zich vol in de strijd. En hij doet het voor mij omdat ik nu aan huis gebonden ben. Zo lief. Zo lief dat ik bijna niet het hart heb om te zeggen wat een kitsche bedoening ik het allemaal vind. En zo volgen er nog lampjes aan de dakplatanen en lampjes aan de garage. En dan komt het moment dat ik hem met lampjes naar voren zie gaan. Argwanend vraag ik hem wat de bedoeling is. Al half wetend wat het antwoord zal zijn. En inderdaad. Vol goede bedoelingen kondigt hij aan de rozenboompjes aan de voorkant van het huis van lampjes te gaan voorzien. En daar is voor mij de maat vol. Achter doet hij maar wat hij wil, in ieder geval dit jaar. Maar aan de voorkant van het huis niet. Het zou mooi kunnen zijn, daar niet van. Maar niet wanneer manlief dit doet. En dit is echt niet om manlief af te kraken maar van sommige zaken heeft hij nu eenmaal geen kaas gegeten. En hij levert vervolgens zelf het bewijs. Ineens is hij ‘s avonds weer even naar buiten vertrokken. Er was hem nog iets ingevallen, zei hij. Dan gaat mijn telefoon. Of ik even aan het raam wil komen kijken. Natuurlijk wil ik dat. Om vervolgens krom te liggen van de lach. Hij heeft de kerstboom voorzien van een rode lamp die als piek moet dienen. Het lijkt op een clownsneus boven op de boom. Wat ik ervan vind, vraagt hij?

Geweldig natuurlijk, echt geweldig!!!!!

41c

Moppies lot

Een tijdje geleden heb ik jullie het verhaal van Mop beloofd.

Als trouwe kompaan van onze Pieperd, verdient Mop het om uitgebreid verslag te doen van haar leventje na Pieps dood.

Na Pieps heengaan was er geen reden meer om Mop en Gijs nog langer afgesplitst van de grote groep te laten leven, zo dachten wij. We besloten hen dus de keuze te geven. Diezelfde avond nog hebben we de poorten geopend tussen de weien zodat ze ervoor konden kiezen om zich aan te sluiten bij de grote groep, of niet. In eerste instantie had het koppeltje er geen trek in. Ze bleven in hun eigen wei. Ik vermoed dat ze de kat uit de boom aan ’t kijken waren. Later gingen ze wel de grote wei in maar tot aansluiting wilde het maar niet komen. De grote groep trok er ook niet echt aan. Het koppeltje zocht de beschutting van hun eigen wei steeds weer op en van lieverlee hebben we de scheiding maar weer doorgevoerd en de poorten gesloten. Het gaf beide groepen rust.

In deze voor mij persoonlijk ongelooflijk hectische periode, werd het op een gegeven moment prachtig weer. En tijdens één van mijn zeldzame vrije momenten, de dag na Hemelvaart, 26 mei, gebeurde het. Moppies noodlot sloeg toe.

Samen met vrienden zitten we achter in de tuin gezellig aan de bbq en een glaasje wijn. Hoe het zich precies heeft afgespeeld is voor niemand duidelijk. Feit is dat Mop en Gijs door het hekwerk naar ons hebben staan kijken. De poort was dicht, ze konden niet de tuin in omdat onze vrienden hun hond hadden meegenomen. De theorie is dat Mop is geschrokken van iets, misschien een vreemde hond, misschien van iets anders. Feit is dat ze geschrokken is en weg heeft willen lopen de wei in maar tegen het in de weg staande kinderbadje is aangeknald. En hier komt Moppies ongelooflijke pech om de hoek kijken. Mop ligt naast het badje wanneer we bij haar gaan kijken. Het is duidelijk dat er iets aan de hand is. Of aan de poot eigenlijk. Manlief onderzoekt haar, iets wat ze gedwee ondergaat. En dat is verontrustend op zich. Moppie is nooit zo close met ons geweest, ze was er voor Piep, niet voor ons. Nu echter laat ze zich onderzoeken. We kunnen niets vinden en besluiten af te wachten. We verzorgen haar zo goed mogelijk en spreken af dat we met haar naar de dierenarts gaan wanneer haar situatie niet verbeterd.

Arme Mop.

34aGijs is duidelijk niet empatisch aangelegd. Hij blijft wel bij haar zitten en staan. En sist ook op ons wanneer we Moppie bezoeken en onderzoeken. Maar intussen probeert hij wel om er bovenop te kruipen. Iets wat Mop duidelijk maar ondergaat omdat ze geen kant op kan. Tegelijkertijd wil ze hem wel in haart buurt hebben. Ze maken zachte geluidjes die heel zielig klinken.

En dan is daar het moment aangebroken dat manlief met Mop naar de dierenarts kan. Ze maakt foto’s en geeft Mop alvast pijnstillers. En Moppie ondergaat alles lijdzaam. Volgens de dierenarts hebben ganzen een heel hoge pijngrens maar moet Mop ongelooflijk veel pijn hebben. Vandaar de pijnstillers. Op de foto’s is te zien dat Mops knie is verbrijzeld. En dat is heel slecht nieuws. De dierenarts wil gedurende de dag nog overleggen met haar collega’s in As die gespecialiseerd zijn in wilde vogels en specialere gevallen alvorens een oordeel te vellen. Manlief gaat dus weer met Mop naar huis en wacht af. Laat in de middag komt dan eindelijk het verlossende telefoontje. Er kan helaas niets worden gedaan voor onze Mop. En weer gaat manlief met haar richting Maaseik waar Mop het lot moet ondergaan wat Piep heeft weten te voorkomen. Gelukkig kan ik mee. Een zorgzaam gezet spuitje in Moppies lijf dat in de armen van manlief rust. Een manlief die de ogen uit zijn kop jankt. Wie had dit ooit kunnen denken?

Zou Mops leven zo met dat van Piep verbonden zijn geweest dat het zo is gelopen? Wie zal het zeggen. Ze rusten nu naast elkaar onder de kastanjeboom. Een dikke 6 weken na elkaar gestorven.

Arme Gijs ook… Hij heeft indertijd voor Moppie gekozen en kreeg Piep er gratis bij. Gewend als hij is aan zijn kleine harem, blijft hij nu alleen over. Maar ook Gijs verdient zijn eigen verhaal, dat een andere keer verteld zal worden.

Arme vrienden ook… Zij voelen zich schuldig omdat ze hun hond hebben meegebracht. Maar persoonlijk denken manlief en ik dat dit niet klopt. Mop heeft gewoon pech gehad. Ze is zich zo vaak geschrokken van iets. Vluchtte dan wat verder de wei in. Alleen stond er deze keer dat badje in de weg. Wat niet persé betekent dat er dan een knie moet sneuvelen maar dat is wel gebeurd. Domme domme pech voor Mop.

Arme manlief ook. Ondanks zijn goede zorgen kwam het niet goed met Mop. Iets wat zijn persoonlijke situatie er niet beter op maakte. Het is een gevoelig mannetje, mijn lief.

En zo werd er door Moppie een periode afgesloten.

Het einde van deze kleine ganzenfamilie…..

34b

De kippenren

Deze zomer zijn manlief en ik bezig geweest met het onderhanden nemen van de wei achter ons huis.

We hebben een kleine herindeling bedacht zodat we de wei kunnen splitsen in deels een stuk voor onze beestenboel en deels een stuk wei-tuin.

Dat betekende een nieuwe plaats voor het kippenhok, een plaats voor een bloemenwei met insectenhotel, een plek voor mijn moestuin in wording, een stuk wei voor de ganzen en dan nog een stuk wei waar we een tuinhuis gaan neerzetten met uitzicht op het hele spektakel. Gewoon omdat we zo’n plezier hebben in onze beestjes en het zo heerlijk rustig zitten is in de wei.

In het voorjaar is er een laurierheg gepoot langs het hekwerk. Duchtig snoeiwerk door de gemeentewerkers zorgde voor teveel inkijk vanuit het achterliggende kerkhof, vandaar de haag. De fruitbomen werden gesnoeid en daarna kon het kippenhok worden verplaatst.

De kippen wenden al snel aan hun nieuwe adres. Helaas voor hen hebben we hun vrijheid kort daarna moeten inperken. De buizerds vliegen in grote getale rond dit jaar en gedurende de zomer hebben ze twee van mijn kippen gedood. Eén keer heb ik een kip kunnen redden door me net op tijd bij de aanslag uit te lopen. Met veel kabaal heb ik de buizerd toen verjaagd. Ondanks alles moet je zo’n vogel toch wel bewonderen. Zo groot en zo mooi. En tenslotte heeft hij ook maar gewoon honger. Maar ja, ik heb liever niet dat ze hun honger stillen met het eten van mijn kippetjes. Onze gezellige struiners. En dus, helaas voor onze kippetjes, hebben we ze een ren gemaakt. En geloof het of niet, het hekwerk staat net, we zijn bezig met het gaas voor de bovenkant van het bouwsel wanneer de buizerd nog een laatste keer toeslaat. In de ren heeft hij een kip gevangen! En gedood. Eén van onze witte kippen deze keer.

33a

Ze had net nog haar nagels laten lakken door manlief. (Ja, echt waar. Zo vrij zijn ze met ons wanneer we in de tuin zitten. Ik was net klaar met mijn nagels te lakken toen de kip eens nieuwsgierig kwam kijken wat ik aan het doen was. Het was misschien wel eetbaar hè? En toen heeft ze zich door manlief haar nagels laten lakken, ha ha ha. De andere kippen vonden het een enorme bezienswaardigheid.)

Maar goed, terug naar de ren. De dames vonden het in eerste instantie helemaal niks. Uiteindelijk hebben we de ren nog een keer uitgebreid zodat ze nog meer ruimte hadden. Op de foto kun je zien hoe snel ze wennen aan een beperkte ruimte. Ze staan op een rijtje om het nieuwe gebied te verkennen. En daar zullen ze zich nu dan toch echt in moeten schikken. De buizerds vliegen nog steeds rond. Hun roep klinkt de hele dag door. De kippen zitten nu echter veilig. Het heeft even geduurd voordat de dames zich weer zo veilig voelden dat ze onder het kippenhok uitkwamen en de hele ren rondwandelden. Maar nu lopen ze weer vrolijk rond en komen meteen naar de deur zodra wij ons in de wei laten zien. Want ze weten dat we altijd een lekker hapje bij ons hebben.

Luca, manlief en de onderbroek

Een aantal maanden geleden drupte er bloed uit Luca’s plasser. Dat had hij al eerder gehad maar nu bleef het langer aanhouden. Een bezoekje aan de dierenarts wees uit dat er niets ernstigs aan de hand was. Althans nog niet. Uit een echo bleek dat er blaasjes zaten in zijn prostaat die ervoor zorgden dat Luca bloed verloor. Dit was hormoonafhankelijk. Met andere woorden: zodra Luca een vrouwtje zag, sloegen zijn hormonen op tilt, ontstonden deze blaasjes en daardoor bloedde hij. Vooralsnog een onschuldig iets maar het zou later wel kunnen leiden tot prostaatkanker. De dierenarts haar advies was dan ook om in eerste instantie chemische castratie te proberen. Mocht dit ervoor zorgen dat Luca niet meer zou bloeden dan was een operatieve castratie de beste oplossing.

Zo gezegd, zo gedaan. En inderdaad, de chemische castratie bleek te werken. Met als gevolg een afspraak bij de dierenarts voor de operatieve castratie.

Luca is zo’n lieve hond. Hij laat zich alles zo goed gevallen ondanks dat het allemaal zo’n pijn moet doen. En voordat hij het in de gaten had lag hij al onder zeil. Toen we hem tegen de avond weer mochten meenemen liep hij nog wel een beetje wankel maar zijn staart zwiepte alweer blij heen en neer. Volgens de dierenarts was een onderbroek voldoende om de wond te beschermen en was een kap niet nodig. We moesten het wel goed in de gaten houden want mocht hij zich toch likken aan de wond dan zou dit bijzonder slecht zijn voor de genezing.

Aldus geschiedde…

Uit het archief van manlief werd een onderbroek gekozen die verknipt mocht worden. Even passen bij Luca en bepalen waar de plaats voor het gat voor de staart moest komen. Een paar minuten later is het allemaal gefikst. Een veiligheidsspeld om het zaakje op zijn plek te houden et voilà. Van een afstandje bekeken schoonmoeder en ik ons werk en zagen toen een hele zielige Luca staan. Hij vond de onderbroek helemaal niets. Hoe hard wij ook riepen dat ‘hij toch zo mooi is’. We zagen hem denken:” Ja, de groeten!”

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het ging precies één dag goed. En toen begon het gelik. Eerst dachten we nog dat hij in zijn broek gedaan had. Maar dat was niet zo. Hij likte de wond door de onderbroek heen. Vandaar de natte plek. Corrigeren hielp niet. Natuurlijk niet. We konden hem niet constant in de gaten houden. En dus moest Luca er helaas aan geloven. De kap, veilig bewaard in het archief van mijn schoonmoeder, werd tevoorschijn getoverd. Hij moest wel op maat worden geknipt maar toen paste hij dan ook prima. Gelukkig. Luca vond ook dit natuurlijk ietsje minder. Hij stootte overal tegen aan en struikelde buiten door de kap wanneer hij balletjes wilde pakken. Wat niet zo goed ging aangezien het balletje eerder geschept moest worden door de kap dan in de bek genomen kon worden. Maar hij leerde snel. 10 dagen heeft hij met de kap gelopen. Toen vonden we dat we hem konden verlossen omdat de wond goed was genezen. De kap werd weer netjes opgeborgen in het archief en aan de verknipte onderbroek werd totaal niet meer gedacht.

Tot gisteren.

Mijn telefoon had het gisteren erg druk met app-verkeer en daardoor miste ik bijna het geluidje dat er speciaal staat ingesteld voor manlief. Stuk voor stuk de berichten afhandelend kwam ik tenslotte dan ook bij zijn bericht. Toen ik het opende viel ik bijna van mijn stoel van het lachen. Het was een foto zonder tekst maar het was duidelijk genoeg.

Op de een of andere manier is de onderbroek terug gekomen bij ons en zonder nadenken in de was gegooid, netjes opgevouwen en weer in de kast gelegd. Ik neem aan dat ik gedachteloos de was verwerkt heb. Of eigenlijk, niet met mijn aandacht bij de was, de was verwerkt heb want anders was deze broek me toch zeker opgevallen. Hij heeft dan nu wel weer zijn normale proporties en het gat is daarom niet goed te zien bij vluchtig oppakken en vouwen, maar toch.

Doordat manlief zwemtherapie heeft ’s morgens vroeg en daarom al meteen zijn zwembroek heeft aangetrokken, heeft hij alleen een onderbroek uit de kast genomen en deze in zijn tas gestopt. En daarom pas bij het afdrogen en het aandoen van zijn onderbroek ontdekt dat er iets mis mee was. En toen heeft hij me deze foto gestuurd.

Tja….

UNADJUSTEDNONRAW_thumb_23f5b